Belma Dijk over het werken met mannen:

“Mannen kunnen echt haantjesgedrag vertonen”

01 maart 2019

Belma Dijk over het werken met mannen:

“Mannen kunnen echt haantjesgedrag vertonen”

De AGF-sector wordt gedomineerd door mannen. Met name op de commerciële afdeling zijn vrouwen sterk in de minderheid. Reden genoeg om AGF-vrouwen eens te vragen hoe zij zich staande houden in deze mannenwereld. Deze maand Belma Dijk van Wilem Dijk AGF. Het werken in een mannenbranche bevalt Belma prima.

Belma Dijk begon haar AGF-carrière zo’n drie jaar geleden. “Ik ben in 2015 afgestudeerd op het HBO voor de opleiding Small Business en Retailmanagement”, begint Belma te vertellen. “Ik heb toen mijn afstudeeropdracht uitgevoerd bij een krantenuitgeverij en kwam erachter dat dat niet echt mijn ding was. Ik ben alleen echt geen type om thuis te gaan zitten, dus toen zei mijn toenmalige vriend – nu echtgenoot – Willem Dijk, kom dan bij ons werken. Toen ben ik begonnen met enkele werkzaamheden en dat is nu uitgegroeid tot een fulltime baan.”

“Ik heb binnen het bedrijf al van alles gedaan. Ik zie mezelf een beetje als vliegende keep”, lacht ze. “Nu focus ik mij vooral op de marketing en ondersteuning van de boekhouder en controller. Het is natuurlijk een familiebedrijf en als vrouw van regel ik ook veel andere dingen.” Belma heeft na al die verschillende afdelingen haar plekje goed gevonden. “Het werk wat ik nu doe, vind ik echt het leukst. Uit de verkoop haalde ik weinig voldoening, maar wat ik nu doe, ligt mij veel beter.”

De hele sector spreekt Belma eigenlijk aan. “Ik vind groenten en fruit sowieso heel lekker”, lacht ze. “Daarnaast vind ik voeding in het algemeen heel interessant. Elk jaar komen er nieuwe items en zie je veranderingen. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld avocado. Ineens werd dit product heel populair en zijn er zelfs restaurants die alleen gerechten met avocado serveren. Het is heel leuk om daarop in te spelen.”

De vraag of Belma de AGF-sector als een mannenwereld ziet, bevestigt ze lachend. “Ik ben toch een van de weinige vrouwen in de branche. In sommige bedrijven zijn ze het zelfs helemaal niet gewend om een vrouw in hun midden te hebben. Maar ik vind het zelf superleuk. Ik zie mezelf ook niet als een meisjes-meisje, dus ik pas wel in die cultuur.” Belma kan zich dan ook goed staande houden in de mannencultuur. “Je moet vooral met hen meepraten en niet over je heen laten lopen. Ik bewijs aan hen dat ik als vrouw zijnde dit beroep net zo goed kan uitoefenen.” Ook met haar man Willem kan Belma goed samenwerken. “Wij zijn twee verschillende types en vullen elkaar goed aan.”

Er zijn wel dingen die Belma de mannen graag willen leren. “Ze moeten niet altijd zo hun haantjesgedrag tonen. Mannen kunnen dat echt doen en vergeten weleens de huiselijke aspecten. Ik ben nu zelf zwanger en ze vragen mij echt niet elke keer hoe het gaat, hooguit een keer per maand. Maar dat vind ik prima!” Andersom zijn er ook dingen die vrouwen van mannen kunnen leren. “Vrouwen moeten overal niet zo’n punt van maken. Mag ik zeggen dat vrouwen zeuren soms”, lacht ze. “Vrouwen moeten zich eens wat sneller over hun punt heen zetten en niet overal over doordrammen!”

Hoewel vrouwen in de minderheid zijn, vindt Belma zeker niet dat ze zich daardoor moeten laten tegenhouden. “Ondanks dat we in de minderheid zijn, vind ik dat vrouwen zich er gewoon doorheen moeten bijten en zich staande moeten houden. Het is heel leuk hoor, om met mannen samen te werken. Je wordt wel erg gewaardeerd en ze zijn altijd bereid om te helpen. De branche is echt leuk en je moet je daardoor zeker niet laten gehouden!” (AJ)